Waarom het regeerakkoord wel/geen volledige helderheid biedt over vervanging Wet DBA

De Wet DBA wordt vervangen door een nieuwe regeling, zo staat in het regeerakkoord te lezen. Maar komt de zo vurig gewenste duidelijkheid er nu wel? Een eerste inventarisatie, in 8 vragen door fiscalist Boris Emmerig.

Op 10 oktober werd het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III bekend. Daarin staat onder meer dat de Wet DBA vervangen wordt door een nieuwe regeling.

Er wordt in het vervolg gekeken naar drie indicatoren om de aard van de arbeidsrelatie tussen een zzp’er en zijn opdrachtgever vast te stellen:

  1. de duur van de opdracht;
  2. het overeengekomen uurtarief, en;
  3. de aard van de opdracht (reguliere of niet-reguliere bedrijfsactiviteiten).

Deze drie indicatoren, die sterk doen denken aan de aanbevelingen van de commissie-Boot, kunnen leiden tot drie uitkomsten:

  1. de zzp’er heeft een arbeidsovereenkomst;
  2. de zzp’er kan ervoor kiezen om buiten de sfeer van de loonheffingen en sociale verzekeringen te blijven (“opt out”);
  3. de opdrachtgever kan een opdrachtgeversverklaring verkrijgen door via een webmodule een aantal vragen te beantwoorden.

Ad 1. Een zzp’er heeft altijd een arbeidsovereenkomst als:

  1. het overeengekomen uurtarief lager is dan 15 tot 18 euro per uur (dit bedrag moet nog exact worden bepaald), én;
  2. de opdracht reguliere bedrijfsactiviteiten betreft, óf;
  3. de opdracht niet-reguliere bedrijfsactiviteiten betreft én ten minste drie maanden duurt.

Ad 2. Een zzp’er kan kiezen voor een opt out als:

  1. het overeengekomen uurtarief 75 euro of meer bedraagt, én;
  2. de opdracht niet-reguliere bedrijfsactiviteiten betreft, óf;
  3. de opdracht reguliere bedrijfsactiviteiten betreft, maar wel korter dan 12 maanden duurt.

Voor alle overige gevallen kan het traject van de opdrachtgeversverklaring en de webmodule worden gevolgd.

Is het nu allemaal helder?

De indicatoren tarief en duur van de opdracht lijken helder, maar kunnen in de praktijk toch wel aanleiding geven tot problemen. Niet altijd is namelijk sprake van een uurtarief. Soms is sprake van een vast bedrag of is de honorering bijvoorbeeld afhankelijk van gemaakte vierkante meters, zoals bij tegelzetters en stukadoors.

Ook de duur van de opdracht is niet vastomlijnd. Dit zou je bijvoorbeeld kunnen beïnvloeden door een zzp’er opdrachten te geven vanuit verbonden vennootschappen. Ik acht het waarschijnlijk dat hiervoor een anti-misbruikbepaling komt.

Ik meen bovendien dat de duur van de opdracht op fulltime basis beoordeeld moet worden. Met andere woorden: een opdracht voor 2 dagen per week gedurende 24 maanden zou mijns inziens ook nog voldoen.

Wat ik mij wel afvraag: hoe werkt het bij verlenging van een opdracht, waardoor je de grens van 12 maanden overschrijdt? Het lijkt het meest logisch dat de opt out dan vervalt. Als dat niet gewenst is, zou als alternatief de opdracht beëindigd en later afgemaakt kunnen worden. Maar hoeveel tijd moet er dan tussen beëindiging en opnieuw opstarten van de opdracht zitten? Of wordt dit toch gezien als één opdracht?

Wat zijn niet-reguliere activiteiten?

En dan is er nog het onderscheid tussen reguliere en niet-reguliere bedrijfsactiviteiten. Dat onderscheid behoeft verduidelijking. Uit het rapport van de Commissie-Boot blijkt dat een PR- en communicatie-adviseur inhuren voor een zakelijke dienstverlener als core business wordt gezien. Ook het retoucheren van foto’s voor een internetwinkel wordt als core business gezien. Van reguliere bedrijfsactiviteiten lijkt dus vrij snel sprake te zijn.

Is er ook een arbeidsovereenkomst?

Los van deze uitvoeringsproblemen is met de aangekondigde regelgeving de onder- en bovenkant van de arbeidsmarkt ingekaderd. Belangrijke vraag is wel of het feit dat er geen inhoudingsplicht voor de loonbelasting is, betekent dat er dan ook geen arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is.

Ik denk dat dit niet automatisch samenvalt. Ik verwacht dat een opdrachtgever nog altijd met arbeidsrechtelijke claims geconfronteerd kan worden, ook al is er geen inhoudingsplicht. Het zou goed zijn als die koppeling alsnog wordt gemaakt.

Een tweede belangrijke vraag is wat de gevolgen van een opt out voor de heffing van inkomstenbelasting bij de zzp’er zijn. Heeft de opt out ook tot gevolg dat de het honorarium uit de opdracht bij hem als winst uit onderneming wordt belast? Of kan de Belastingdienst deze inkomsten alsnog kwalificeren als loon uit dienstbetrekking? Gelet op recent beleid, openbaar geworden met een beroep op de Wet openbaarheid bestuur, lijkt het erop dat de Belastingdienst voor de heffing van inkomstenbelasting de handen vrij wil hebben.

Wat kan de opdrachtgever die het niet eens is met de webmodule?

Voor het overgrote deel van de situaties kunnen opdrachtgevers straks dus via een webmodule een opdrachtgeversverklaring krijgen. Dit lijkt op een herhaling van zetten. De Beschikking Geen Loonheffingen, de voorganger van de modelovereenkomsten, moest immers ook via een webmodule verkregen worden.

Maar er zijn ook verschillen. Zo lijkt er nu geen betrokkenheid van de opdrachtnemer meer vereist. Waar is de gedeelde verantwoordelijkheid van opdrachtnemer en opdrachtgever van de Wet DBA gebleven? Ten tweede kon tegen de Beschikking Geen Loonheffing bezwaar en beroep worden ingesteld. Nu lijkt dat niet te kunnen, wat een verslechtering van de rechtsbescherming betekent. Wat kan een opdrachtgever nog doen als hij oprecht meent dat van een dienstbetrekking geen sprake is, terwijl hij wel de vragen van de webmodule naar eer en geweten heeft beantwoord en het oordeel van de module luidt dat er toch sprake is van een dienstbetrekking?

Zoals de kaarten nu liggen, kan hij niets doen. Dat is een fundamentele weeffout in dit voorstel. De fiscale wetgeving biedt tal van mogelijkheden om een voor bezwaar vatbare beschikking te verkrijgen voor mindere zaken.

En wat als de fiscus het er niet mee eens is?

Vervolgens is de vraag wat er gebeurt als de Belastingdienst meent dat de vragen onjuist zijn beantwoord. Het antwoord ligt al min of meer verscholen in het woord “opdrachtgeversverklaring”; de naheffingsaanslag komt dan terecht bij de opdrachtgever. Ik zie niet in hoe een opdrachtnemer nadelige fiscale gevolgen kan ondervinden van een aanvraag van een verklaring waar hij part noch deel aan had. Ook hier dus weer de vraag waar de gedeelde verantwoordelijkheid is gebleven.

Wat komt er in de webmodule?

Veel staat of valt dus met de inhoud van de webmodule. Welke vragen worden gesteld? Welke antwoorden zijn mogelijk? Hoe is de beslisboom? De Raad van State zei over de voorgestelde webmodule bij de Beschikking Geen Loonheffingen het volgende:

“De Afdeling merkt daarnaast op dat een goede uitvoering en toepassing van de BGL alsmede zekerheid vooraf, staat en valt met het adequaat functioneren van de webmodule. Zij betwijfelt echter of en zo ja in hoeverre voldoende zekerheid vooraf is te realiseren met de webmodule, aangezien niet duidelijk is of en in hoeverre de webmodule invulling zal geven aan de casuïstiek van het individuele geval.”

Die twijfel van de Raad van State keert weer in volle omvang terug. Is de praktijk niet te divers om in een webmodule te vangen? De Tweede Kamer deelde de twijfel van de Raad van State ten volle, waarna de webmodule een stille dood stierf en “de polder” aan staatssecretaris Wiebes het alternatief van de modelovereenkomsten aanreikte, dat door hem dankbaar werd omarmd. De afloop is bekend.

De webmodule lijkt dus op oude wijn in nieuwe zakken. Waarom nu weer kiezen voor een route die al eerder is bewandeld, gewikt en gewogen is en te licht is bevonden? Zo haal je de onzekerheid niet uit de markt. Het is overigens mijns inziens nog steeds mogelijk om een overeenkomst aan de Belastingdienst voor te leggen. De modelovereenkomsten waren immers niet in de Wet DBA geregeld en verdwijnen dus ook niet met het vervangen van de Wet DBA.

Maar goed, hoe gaat de webmodule eruit zien? Wordt gekozen voor de holistische benadering zoals door de Hoge Raad is voorgeschreven en waarbij alle feiten en omstandigheden in hun onderlinge samenhang worden gewogen? Of wordt gekozen voor de binaire benadering van de Belastingdienst (arbeid + loon + gezag = dienstbetrekking)? Ik vrees het laatste, want een opdrachtgever heeft geen inzicht in alle relevante omstandigheden.

In de holistische benadering wordt ook gekeken naar feiten en omstandigheden die fiscaal een rol spelen bij de vraag of iemand ondernemer is. Een opdrachtgever kan die niet allemaal kennen. In de binaire benadering van de Belastingdienst is vrij snel sprake van een dienstbetrekking. Geef je als opdrachtgever aanwijzingen over de uitvoering van de opdracht? Dan is volgens de fiscus al snel sprake van een dienstbetrekking, terwijl een opdrachtgever deze aanwijzingen volgens het Burgerlijk Wetboek gewoon mag geven.

Kortom: het zou goed zijn als de webmodule onderdeel gaat uitmaken van het wetsvoorstel. Voor herstel van vertrouwen is volledige transparantie een vereiste.

Kun je de webmodule ook anoniem invullen?

Het regeerakkoord neemt bij de webmodule de Britse Employment Status Indicator als voorbeeld. Deze ESI invullen kan anoniem. Ik ben benieuwd of dat ook bij de Nederlandse webmodule het geval is. Het gebruik van de ESI gaat overigens gepaard met stevige waarschuwingen van de Britse Belastingdienst, de HMRC. Zo valt op de introductiepagina het volgende te lezen:

“HMRC won’t stand by results achieved through contrived arrangements designed to get a particular outcome from the service. This would be treated as evidence of deliberate non-compliance with associated higher penalties.”

Met andere woorden: men is niet gecharmeerd van mensen die de webmodule net zo lang invullen tot de gewenste uitkomst bereikt wordt. Als je de webmodule doorloopt, eindigt deze met een oordeel. Daarbij wordt het volgende voorbehoud gemaakt:

“HMRC will stand by the result given unless a compliance check finds the information provided isn’t accurate. If the working practices of this engagement change you accept this result may no longer hold.”

Een vergelijkbaar voorbehoud wordt, zo verwacht ik, ook onderdeel van de Nederlandse webmodule. Een aardig aspect van de ESI is dat deze niet alleen vóór de opdracht kan worden ingevuld, maar ook tijdens de opdracht. De vragen worden dan wel anders. Ook kan de ESI zowel vanuit het perspectief van de opdrachtgever als dat van de opdrachtnemer of een intermediair worden ingevuld. Ik heb het zelf niet kunnen vaststellen, maar soms schijnt de ESI ook niet een eenduidig oordeel te geven en wordt de invuller toch nog verzocht contact op te nemen met de Belastingdienst.

Hoe werkt het uit in de praktijk?

Een lakmoesproef om te kijken of de webmodule goed functioneert bestaat uit de invoer van concrete zaken en dan te controleren of de uitkomst spoort met het oordeel van de rechter. Ik ben benieuwd hoe het dan afloopt met de zaak waarin de vraag centraal stond of de bedrijfsleider van restaurant Plancius in Amsterdam wel of niet in dienstbetrekking werkte.

Deze bedrijfsleider werkt bijna fulltime voor het restaurant en dient verantwoording af te leggen aan de eigenaren. Naar eigen zeggen werd hij zelfs door het camerasysteem van het restaurant nauwlettend in de gaten gehouden. Het Hof Amsterdam oordeelde echter dat hier géén sprake van een dienstbetrekking.

Ik denk dat de Belastingdienst (en overigens niet alleen de Belastingdienst) deze arbeidsrelatie wél als een dienstbetrekking had aangemerkt. Zo zijn er nog vele andere voorbeelden uit de jurisprudentie te noemen.

100 procent zekerheid? Nog zeker niet

Concluderend, de voorstellen in het regeerakkoord brengen nog lang niet overal de gewenste duidelijkheid. Waarschijnlijk is dit inherent aan een regeerakkoord en valt er pas meer over te zeggen nadat een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ligt. Tot die tijd bestaan er nog vele vragen.

De onzekerheid die werd opgeroepen door de modelovereenkomsten, blijft bestaan met de webmodule. Je zou kunnen zeggen dat de verpakking is veranderd, maar het resultaat is onveranderd gebleven: een oordeel met voorbehoud van alle rechten. Maar aan de andere kant: hoe reëel is het om 100% zekerheid te verwachten? Dat bestaat nergens in het leven en dus ook niet in het belastingrecht. Er zijn overigens wel wegen om deze 100% zekerheid dichter te benaderen dan met de voorgestelde webmodule.

Bron: Zipconomy.nl

Interne memo Belastingdienst Wet DBA: geen boete, wel zelfstandigenaftrek terughalen.

Bij lopende controle Wet DBA hebben krijgen opdrachtgevers geen boete. Maar zelfstandigen raken wel hun fiscale voordelen kwijt. Zo blijkt uit interne memo’s van de Belastingdienst.

De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) wordt voorlopig niet gehandhaafd. In ieder geval tot 1 juli 2018. Maar de Belastingdienst blijft bedrijven wel controleren of de zelfstandigen waar ze mee werken wel echt zelfstandig zijn. Tot zo ver geen nieuws.

Ook het feit dat er geen naheffingen of boetes worden uitgedeeld aan opdrachtgevers indien de zzp’ers toch als werknemers worden aangemerkt door de Belastingdienst is bekend (tenzij het om ‘kwaadwillenden’ gaat).

Maar de dergelijke constatering kan toch forse financiële gevolgen hebben voor zelfstandigen. Dat blijkt nu uit een onlangs openbaar gemaakte interne memo van de Belastingdienst.

Indien geconstateerd wordt dat er sprake is van een dienstbetrekking (in plaats van ondernemerschap) dan komen betrokken werkenden in een soort twilight zone terecht. Vanwege het niet-handhaafbeleid richting opdrachtgevers komen ze niet in dienst van de opdrachtgever en krijgen niet de arbeidsrechtelijke en sociale verzekeringsvoordelen als werknemer, maar ook niet meer de fiscale voordelen als ondernemer. En dat kan nogal in de papier lopen.

Omzet van ‘winst uit onderneming’ naar ‘resultaat overige werkzaamheden’

In de memo, openbaar gemaakt na een WOB verzoek, staat voor de medewerkers van de Belastingdienst uitgelegd dat wanneer er dienstbetrekking geconstateerd wordt en dus ook geen sprake is van ‘winst uit onderneming’. Vanwege de ‘geen handhaving’ uitspraken van Wiebes vindt er in een dergelijk geval geen naheffing loonbelasting via de opdrachtgever plaats. Die krijgt ook geen boete. De betrokken persoon wordt ook niet aangemerkt als werknemer. Maar ook niet meer volledig als ondernemer.

“Als geen sprake is van winst uit onderneming  zal de bron van inkomen gecorrigeerd worden in resultaat uit overige werkzaamheden” (ROW) zo staat te lezen. Bij de ‘bron van inkomen’ wordt voor alle duidelijkheid het inkomen van de zelfstandige bedoeld. De correctie kan ook over al afgeronde opdrachten gaan in eerdere jaren.

De omzet uit de betreffende opdracht moet dus in een ander ‘vakje’ op het belastingformulier.

En dat kan nogal wat betekenen: op inkomen uit  ‘resultaat uit overige werkzaamheden’ is de zelfstandigenaftrek en de MBK winstvrijstelling niet van toepassing.  Dat scheelt bij een grote opdracht al snel vele duizenden euro’s.

Geen boete, wel flikse correctie aangifte

Staatssecretaris Wiebes heeft altijd gezegd dat zowel opdrachtgevers als zelfstandigen zich geen zorgen hoeven te maken. ‘Geen boetes, geen naheffingen. Niet voor opdrachtgevers, niet voor zzp’ers’, is en was zijn mantra. Formeel klopt dat, maar deze mogelijke financiële gevolgen voor de zelfstandigen vertelde hij er niet bij.

Het is de vraag of de soep zo heet gegeten wordt. Je moet als belastinginspecteur wel aardig wat ‘moed’ hebben om rond een zo politiek omstreden Wet een opdrachtgever geen boete te geven maar wel zelfstandigen het vel over de neus te trekken.

Bron: Zipconomy

TEKST UIT MEMO

Vraag

Voor de LH is beslist dat we niet naheffen over de implementatieperiode (tenzij evident kwaadwillend), maar wat doen we tot 1 januari 2018 in de IH (belastingjaren 2016 en 2017) bij de zzp’er als we concluderen dat geen sprake is van winst uit onderneming? Merken we de inkomsten dan altijd aan als resultaat uit overige werkzaamheden en onderzoeken we dus niet of sprake is van een dienstbetrekking?

Antwoord

Gezien het doel (gewenning) en de doelgroep van het begunstigende beleid (opdrachtgever én opdrachtnemer) ligt het voor de hand dat dit beleid ook betrekking heeft op de IH. We doen daarom geen onderzoek naar het bestaan van een dienstbetrekking.

Als geen sprake is van winst uit onderneming  zal de bron van inkomen gecorrigeerd worden in resultaat uit overige werkzaamheden (row). Voor het onderzoek naar het bestaan van een dienstbetrekking is meer nodig dan alleen een beoordeling van de aangifte IH (met name onderzoek bij  de opdrachtgever) en die stap zetten we dus tot 1 januari 2018 niet.   (…)

Effect van correctie naar row is doorgaans dat de ondernemersfaciliteiten worden gecorrigeerd, maar men wel kostenaftrek overhoudt.

Zeven opdrachtgevers maken mogelijk misbruik van Wet DBA

De Belastingdienst heeft zeven opdrachtgevers uit verschillende sectoren in beeld die mogelijk misbruik maken van de Wet DBA. Zij worden gezien als mogelijk kwaadwillend.

Dat meldt staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën) vrijdag in een brief aan de Kamer.

Wiebes zegt verder geen informatie te kunnen geven over de nog te onderzoeken opdrachtgevers. De wet staat hem niet toe om uitspraken te doen over individuele belastingplichtigen. Hij benadrukt dat de handhaving bij kwaadwillenden “uiteraard zorgvuldig” moet gebeuren.

Werkrelatie

De Belastingdienst voert eerst een gesprek met de opdrachtgever en stelt daarna de aard van de werkrelatie tussen de opdrachtgever en opdrachtnemer vast. De fiscus beoordeelt ter plaatse hoe de werkrelatie van de partijen er feitelijk uitziet.

“Nadat is vastgesteld dat de aard van de werkrelatie als dienstbetrekking kwalificeert, vindt aanvullend onderzoek plaats om de kwaadwillendheid te kunnen onderbouwen”, schrijft Wiebes.

“Zodra er sprake is van een fictieve dienstbetrekking én van kwaadwillendheid, legt de Belastingdienst een naheffingsaanslag loonheffingen en een boete op.”

Schijnzelfstandigheid

Vorig jaar is de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) voor zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) afgeschaft en vervangen voor de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA).

Modelcontracten moeten opdrachtgevers en opdrachtnemers vooraf duidelijkheid bieden over hun werkrelatie. Zo worden zelfstandigen en werkgevers niet verrast door naheffingen vanwege schijnzelfstandigheid.

Na kritiek op de wet, is de handhaving ervan tot in ieder geval 2018 uitgesteld. Maar voor kwaadwillenden en “echte valsspelers” maakt Wiebes een uitzondering.

Bron: Nu.nl

Startende zzp’ers vaker bezorgd over impact Wet DBA

De impact van de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) op de toekomstverwachtingen van zzp’ers lijkt mee te vallen, meent ABN AMRO.

De meeste zzp’ers zijn positief: ze verwachten volgend jaar een groei in omzet en uurtarief en minder vaak zonder opdrachten te zitten. Starters verwachten van deze wetswijziging een grotere invloed dan gevestigde zzp’ers. Slechts 47 procent van hen heeft zich echter verdiept in de Wet DBA, terwijl dit voor 65 procent van de gevestigde zzp’ers geldt. Voor 70 procent van de bestaande zzp’ers geldt dat deze wet geen invloed heeft op de beslissing om zzp’er te blijven. In tegenstelling tot starters: de groep die zich hierdoor wél laat beïnvloeden is met 8 procentpunt gestegen.

Dit blijkt uit de ZZP-Index die GfK in opdracht van ABN AMRO heeft uitgevoerd.

Effect DBA op zzp'ers - onderzoek ABN AMRO en GfK

Hoewel ze positief zijn over de toekomst, zijn veel zzp’ers in vergelijking met het derde kwartaal minder tevreden over het zelfstandig ondernemerschap. De tevredenheid met hun rol als zzp’er is onder startende zzp’ers gedaald van 75 naar 58 procent. Zo daalde het tevredenheidscijfer van een 7,9 in het derde kwartaal, naar een 7,5 in het vierde kwartaal van 2016. De discussie over de Wet DBA heeft hierbij mogelijk een rol gespeeld, denkt ABN AMRO. “Gevestigde zzp’ers laten zich door de recente onrust over de Wet DBA niet meteen van de wijs brengen, maar voor startende zzp’er geldt dat zij zich wel zorgen maken over de gevolgen die dit kan hebben. Het uitstel van de wet heeft hen nog niet gerustgesteld: veel starters zijn bang geconfronteerd te worden met een woud van wetten en regelgeving. 41 procent houdt bij zijn beslissing om zzp’er te blijven dan ook rekening met de impact van de wet, ook al is de handhaving hiervan opgeschort tot 2018”, zegt Madeline Buijs, Sector Econoom van ABN AMRO.

Gevestigde zzp’ers minder bezorgd over toekomst
Bestaande zzp’ers maken zich minder zorgen over het voortbestaan van hun onderneming. In tegenstelling tot de afgelopen 12 maanden, toen 18 procent hun omzet zag dalen, verwacht bijna 29 procent in het komende jaar omzetgroei. Verder denkt 19 procent dat het uurtarief zal stijgen en 77 procent dat zij minder vaak zonder opdrachten zullen zitten. Starters maken zich vaker zorgen over de toekomst dan gevestigde zzp’ers. 47 procent vindt de (financiële) onzekerheid vaak een groot deel nadeel van het zelfstandig ondernemerschap. Ook vinden steeds meer starters – 36 procent in vergelijking met 22 procent in het vorige kwartaal – het zelf moeten regelen van zaken een nadeel. Daarnaast maken meer starters zich zorgen om de hoeveelheid werk, zowel op de korte (+15 procent) als op de lange termijn (+2 procent). Over dat laatste maken gevestigde zzp’ers zich juist minder zorgen dan in het vorige kwartaal (-1 procent).

De weg naar succes
Voor gevestigde zzp’ers zijn kennis en vaardigheden de belangrijkste sleutels tot succes. Dit geldt voor 53 procent van deze professionals en voor 30 procent van de starters. Gevestigde zzp’ers leggen daarnaast minder vaker nadruk op de ontwikkeling van persoonlijke vaardigheden (11 procent) dan startende zzp’ers (13 procent). Een steeds grotere groep starters vindt echter netwerken steeds belangrijker om succesvol te zijn. Dat geldt voor een kwart van deze groep ondernemers, in vergelijking met 10 procent in het derde kwartaal. Verder denken zij vaker dat hun succes afhankelijk is van het regelen van praktische zaken, zoals de hoogte van het uurtarief, het opzetten van een zakelijke administratie en het openen van een zakelijke rekening, de zichtbaarheid op internet en het werven van klanten.”

Bron: ABN AMRO

Gebruik ondernemerscheck bij problemen met Wet DBA

De ondernemerscheck die op de site van de Belastingdienst staat, kan voorlopig uitkomst bieden bij het controleren of iemand een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) is.

Dat stelt een viertal belangenverenigingen woensdag in een open brief aan beleidsmakers.

De zogenoemde wet DBA moest zzp’ers en opdrachtgevers vooraf zekerheid bieden dat hun werkrelatie achteraf niet als een verkapt dienstverband wordt beschouwd. Maar in plaats daarvan zijn die in grote onzekerheid gestort, menen de auteurs van de brief ZZP Nederland, Zelfstandigen Bouw, MKB Belangen en Noab.

Ze verwachten dat begin volgend jaar 100.000 zzp’ers zonder opdrachten zullen zitten. De partijen benadrukken dat het om een tijdelijke oplossing gaat.

Door felle kritiek op de wet DBA zag staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën) zich vorige maand genoodzaakt de handhaving tot zeker 1 januari 2018 op te schorten.

De ondernemerscheck

Bron: Nu.nl

Belangenorganisaties pleiten voor eigen wettelijk kader zzp’er

Zelfstandige ondernemers verdienen een eigen wettelijk kader, stellen drie belangenorganisaties. De Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie  (DBA) is volgens hen, net als eerdere regelingen, niet houdbaar.

De arbeidsmarkt is “nu eenmaal niet meer het domein van alleen werknemers en werkgevers”, schrijven ZZP Nederland, Zelfstandigen Bouw en MKB Belangen dinsdag in een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer. Momenteel staan in Nederland een miljoen zzp’ers geregistreerd.

Het stuklopen van de Wet DBA toont volgens de organisaties aan dat een fundamentele verandering van de wetgeving nodig is. De VAR of modelovereenkomsten zouden niet meer volstaan.

De organisaties willen de oude regelingen vervangen door een wetsartikel voor zelfstandigen. In het nieuw voorgestelde model hoeft niemand meer te bewijzen of hij in dienst is, of als zelfstandige werkt. “Het moet afgelopen zijn met dat de zzp’er steeds maar weer moet aantonen dat hij is wat hij is”, aldus voorzitter Charles Verhoef van Zelfstandigen Bouw.

De organisaties pleiten voor een onderscheid tussen de werknemer en twee types zelfstandigen. Het onderscheid moet worden afgemeten aan de mate van (on)afhankelijkheid, de mate van collectieve afdekking van arbeidsrisico’s en de daaraan gekoppelde fiscale positie.

De twee groepen zelfstandigen onderscheiden zich vooral doordat de eerste groep zich verhuurt aan bedrijven, en de tweede groep zelf opdrachten zoekt. De tweede groep mag de opdracht bijvoorbeeld ook door een vervanger laten uitvoeren, terwijl dit bij de eerste groep niet het geval is.

De organisaties hopen de “vastgelopen discussie” over de positie van zelfstandigen weer “los te trekken”. Adrienne van Veen van MKB Belangen: “Wij willen constructief meedenken en hopen dat de politiek daar positief op reageert.”

Bron: Nu.nl

Wiebes heeft geen regie meer over de wet DBA’

Werkgevers die massaal zzp’ers lozen, zelfstandige ondernemers die worden teruggeduwd in het korset van een vast dienstverband. De wet die dit teweeg heeft gebracht is mislukt, zegt voorzitter Maarten Post van Stichting ZZP Nederland.
Tot voor kort was Maarten Post een bereidwillig klankbord voor staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën en diens ambtenaren, in de tekentafelfase van de inmiddels omstreden wet Deregulering beoordeling arbeidsrelatie (DBA). Over de intentie waren ze het hartgrondig eens: de wet moest het aantal schimmige schijnconstructies terugdringen en de aansprakelijkheid moest terechtkomen bij de bedrijven die ze optuigen in plaats van de freelancers die er slachtoffer van zijn.
Omgekeerd was er de staatssecretaris veel aan gelegen om de lijnen open te houden met Post: hij is voorzitter van Stichting ZZP Nederland, de grootste onafhankelijke belangenbehartiger voor zelfstandigen zonder personeel: de steun van dergelijke zzp-boegbeelden en andere polderpartijen hielp Wiebes om zijn wet fijn te slijpen en te legitimeren ten overstaan van een sceptische buitenwereld. Honderdduizenden zzp’ers waren bang voor meer regelzucht, en vormden inmiddels een electorale stem van formaat.
Een halfjaar na de invoering van de DBA heeft Post weinig vertrouwen meer in een goede afloop. Grote bedrijven sidderen voor de DBA, en voelen zich gedwongen om zzp’ers op grote schaal te lozen uit angst voor sancties. De Belastingdienst houdt er een eigen agenda op na waar vooral linkse partijen plezier van hebben, denkt de zzp-voorman: zelfstandige ondernemers worden teruggeduwd in het korset van een vast dienstverband waar sociale premies over afgedragen moeten worden.
U heeft samen met andere zzp-belangenbehartigers lange tijd steun uitgesproken voor de DBA. Wat heeft u van gedachten doen veranderen?
‘De intenties waren in eerste instantie goed: schijnconstructies aanpakken, in plaats van de schijnzelfstandigen. Het vorige systeem van de VAR was een gedrocht en moest afgeschaft worden. Er werden er 450.000 per jaar uitgedeeld, zo veel dat handhaving zo goed als onmogelijk was. Waar er wel gecontroleerd werd moest de zelfstandige boetes betalen en ging de opdrachtgever vrijuit.’
‘Ik ben gaandeweg gaan inzien dat de er op de achtergrond een hele andere agenda was: de PvdA wilde, gesteund door de vakbonden, de DBA als instrument gebruiken om het aantal zzp’ers terug te dringen. Die zouden het sociale stelsel bedreigen, door geen premies af te dragen en te profiteren van fiscale voordelen. Dat is in 2014 ook zo gezegd op het ministerie van Sociale Zaken.’
‘En we zien het nu gebeuren: duizenden zzp’ers zitten al zonder werk door de DBA. Een belangrijk kantelpunt was voor mij de uitkomst van onze peiling deze zomer. Hogescholen, bouwbedrijven, gemeenten, banken zeiden allemaal dat ze besloten hadden dat ze van zzp’ers afwilden. En dat ze die op grote schaal gingen inruilen voor uitzend- en payrollkrachten. De uitzendbranche heeft dat ook nog in de hand gewerkt door spookverhalen te verspreiden over DBA. Ze adverteren er zelfs mee. Wiebes is de regie over dit hele spel kwijtgeraakt.’
Waarom zijn grote bedrijven zo bang? Wiebes heeft toch beloofd dat de Belastingdienst geen boetes zal uitdelen aan goedwillende opdrachtgevers?
‘Dat kan hij wel roepen, maar grote bedrijven vertrouwen de Belastingdienst niet. Die deelt die boetes uiteindelijk gewoon uit. Mijn observatie is dat de dienst een eigen agenda heeft. Je krijgt wel zekerheid vooraf, maar dat is een schijnzekerheid. Voor de praktijk krijg je geen zekerheid. En bij een geschil zeggen ze: je mag naar de rechter.’
‘Grote bedrijven hebben vaak honderden zzp’ers aan het werk. En nu de definitie van ondernemerschap soms per geval verzandt in een welles-nietesdiscussie, durft geen weldenkend bedrijf het nog aan om een begroting op te stellen met dit soort ingebouwde risico’s.’
Er worden nu ook veel zzp’ers weggestuurd die al jarenlang bij een opdrachtgever hetzelfde werk deden. Dat is toch gewoon schijnzelfstandigheid?
‘Vooropgesteld: dat kan niet en dat moeten we ook niet willen. Ik ben 25 jaar vakbondsbestuurder geweest en ik heb het vooral gezien in de bouw, ook in de IT. Maar we moeten wel bedenken dat het om een hele kleine minderheid gaat. Het gaat er ons om dat de vrijheid van de overgrote meerderheid van onafhankelijke ondernemers niet wordt belemmerd, en dat gebeurt nu wel.’
Als dit zo onwerkbaar is, waarom is er dan geen georganiseerd verzet vanuit de werkgeverslobby?
‘Er is geen gecoördineerd verzet van de werkgeverslobby omdat het opdrachtgevers uiteindelijk om het even is of ze zzp’ers aan het werk hebben of uitzendkrachten. Hun belang is daling van loonkosten, linksom of rechtsom. Als het één onmogelijk wordt gemaakt, kiezen ze het andere.’
Ook andere zzp-belangenclubs roeren zich niet meer. U lijkt een roepende in de woestijn.
‘De zzp’er heeft nauwelijks nog een stem in Den Haag en binnen organen zoals de Sociaal-Economische Raad (SER). Ik maak me daar wel zorgen over. De vakbond FNV en de werkgeverslobby VNO-NCW hebben allebei één SER-zetel uitgeleend aan een zzp-lobbyist, maar die mensen hebben zeer weinig invloed. Ik heb de afgelopen jaren van dichtbij gevolgd dat die volledig werden ingepakt. Nadat hun zzp-organisaties zijn opgeslokt door FNV en VNO, worden ze zelfs gebruikt om standpunten van werkgevers of werknemers te legitimeren. Het is de vraag of je dat moet willen.’
Als ondernemerschap zo onderdrukt wordt, dan zou de VVD dat toch nooit over haar kant laten gaan?
‘Dat zou je zeggen, maar het gebeurt gewoon. Ik ben er bang voor dat het in een volgend kabinet met PvdA en VVD precies zo zal gaan. Wat de VVD ervoor terugkrijgt weet ik niet, maar ik zie dat VVD-staatssecretaris Wiebes hier het vuile werk opknapt voor PvdA-minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken. En dan vind ik het kiezersbedrog om te zeggen dat ondernemen in de haarvaten van je partij zit.’

Kabinet wil zzp’ers en opdrachtgevers tegemoetkomen
Het kabinet gaat er ‘snel wat aan doen’ om de onzekerheid bij zzp’ers en hun opdrachtgevers weg te nemen over de toepassing van de nieuwe Wet DBA. Met de introductie van die wet in mei verviel de vrijwaring voor schijnconstructies. Bij bedrijven leidt dat ertoe dat ze op grote schaal stoppen met het rechtstreeks inhuren van zelfstandige professionals, zo bleek maandag uit een rondvraag door het FD.
Het bericht was voor CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt aanleiding om staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën (VVD) hierover dinsdag aan de tand te voelen. Omtzigt kreeg vooral van D66’er Steven van Weyenberg bijval voor zijn kritiek dat de uitvoering van de nieuwe wet ‘verder uit de hand loopt’.
Volgens Omtzigt kunnen veel zzp’ers hun brood niet meer verdienen. ‘Je kunt wel willen dat de arbeidsmarkt anders wordt ingericht, maar dan heb je er ook voor te zorgen dat mensen op een fatsoenlijke manier anders kunnen werken’, vindt hij.
Wiebes gaf ronduit toe dat de onzekerheid tot ongewenste effecten leidt. ‘De zorgen zijn heel herkenbaar en daar moeten we snel wat aan doen. Ik spreek heel veel grote opdrachtgevers die mij vertellen dat wat volgens de wet een zelfstandige is, bij hun praktijk niet meer aansluit’.

Bron: FD

Tienduizenden zzp’ers lopen opdrachten mis door nieuwe wet

Zelfstandigen worden volgens hun belangenorganisaties massaal aan de kant gezet door opdrachtgevers. Grote bedrijven zetten opdrachten aan zzp’ers stop omdat ze bang zijn voor de gevolgen van de nieuwe wet die schijnzelfstandigheid moet tegengaan.

Nederland telt ruim een miljoen zzp’ers. Volgens ZZP Nederland zijn al 40.000 van hen de dupe geworden van de nieuwe wet DBA, en worden dat er alleen maar meer.

“Die mensen kunnen binnenkort faillissement aanvragen”, zegt voorzitter Maarten Post. Ook andere belangenorganisaties zeggen op basis van enquêtes onder hun leden dat tienduizenden zelfstandigen opdrachten kwijtraken door de wet.

Wat is de wet DBA?

De Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) is op 1 mei ingegaan en vervangt de VAR-verklaring. De wet is bedoeld om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Omdat er nog veel onduidelijkheid over de wet is, gaat die volgend jaar pas echt in.

Door de wet moet eenvoudiger worden gecontroleerd of iemand echt als zelfstandig ondernemer werkt. Als dat niet het geval is, is er sprake van een schijnconstructie. Daarvoor kan zowel de zzp’er als de opdrachtgever verantwoordelijk worden gehouden.

De zzp’ers geven de NOS verschillende voorbeelden van bedrijven en organisaties die zich niet willen branden aan de nieuwe wet. Ze zijn bang voor fikse naheffingen of boetes. Om die te voorkomen, stoppen ze de samenwerking. De betreffende zzp’ers hebben de afgelopen tijd een brief gekregen waarin de samenwerking wordt opgezegd.

Geregeld kiest de zelfstandige ervoor om alsnog aan de slag te blijven bij de opdrachtgever, maar dan in een payroll-constructie. Daarbij is de zelfstandige in dienst van een payroll-onderneming, die zaken als de salarisadministratie regelt.

Verkapte loondienst

Bij veel zzp’ers waarmee de samenwerking is gestopt, was er mogelijk sprake van een verkapte loondienst, ofwel schijnzelfstandigheid, zegt Peter Hoogstraten van de Belastingdienst. Volgens hem was dat met de oude wet nooit aan het licht gekomen. “Toen werkten veel zzp’ers eigenlijk gewoon in loondienst.”

Volgens de Belastingdienst is het goed dat werkgever en werknemer nu gedwongen zijn om te bespreken wat nu eigenlijk het karakter van hun arbeidsrelatie is, zodat verantwoordelijkheid eerlijk gedeeld kan worden.

Hoogstraten verklaart de problemen die worden ervaren met de DBA uit onzekerheid van opdrachtgevers en opdrachtnemers. “Maar als je de eerste emotie te boven bent, kun je goed met de wet DBA omgaan.”

Overheid

Ook bij overheidsorganisaties, zoals het ministerie van Defensie, komen zzp’ers voor sommige opdrachten niet meer in aanmerking. IT-specialist Jeroen Beekman zegt dat het door de wet moeilijker is geworden om aan opdrachten te komen. “Kijk naar deze vacature voor het ministerie van Defensie, daar zeggen ze specifiek niet te willen werken met zzp’ers. Voorheen was ik er zeker voor in aanmerking gekomen”, zegt hij.

ZZP Nederland, de grootste belangenorganisatie voor zelfstandigen, gaat vanaf maandag actievoeren. “Staken is natuurlijk lastig voor zzp’ers, maar Kamerleden zullen de komende tijd voortdurend van ons horen”, zegt voorzitter Post. “De nood is hoog en de staatssecretaris heeft dat nog niet door.”

Bron: NOS

Onrust Wet DBA zorgt voor daling aantal zzp’ers

Voor het eerst in jaren daalt het aantal zelfstandigen. Dat blijkt uit een analyse van ABN AMRO, die de daling linkt aan de onrust rond de nieuwe Wet DBA. Sinds die van kracht ging in het tweede kwartaal zijn er 5000 minder zzp’ers.

In eerste kwartaal van 2016 kwamen er nog 16.000 zzp’ers bij, maar toen was de Wet DBA nog niet van kracht. ABN AMRO verwacht niet dat de onrust over de wet snel zal verdwijnen en denkt dat het aantal zzp’ers nog wel verder kan gaan dalen.

Opvallende stijging uitzendkrachten

Volgens ABN AMRO zou het aantal zzp’ers in Nederland blijven groeien, maar lijkt dat door de ontstane onrust en onzekerheid door de nieuwe wet niet te gebeuren en lijkt de groei juist af te vlakken. ABN denkt dat zzp’ers nu vaker aan de slag gaan als uitzendkrachten, aangezien het aantal uitzendkrachten ‘opvallend gestegen’ is in het eerste halfjaar van 2016.

Eerder korte daling

Er zijn ruim een miljoen zzp’ers in Nederland en dat aantal stijgt al jaren. In 2014 was er kort sprake van een daling van 3000 zzp’ers, maar daarna steeg het aantal zelfstandigen weer.

Flexibele arbeidsrelaties nemen toe

Het aantal werknemers met een flexibele arbeidsrelatie nam toe, net als het aantal zelfstandig ondernemers met personeel. In het eerste halfjaar liep het aantal oproepkrachten en mensen met een vast contract daarentegen terug.

Wiebes erkent onrust

In een eerste voortgangsrapportage over de Wet DBA erkent staatssecretaris Wiebes van Financiën de onrust die bij opdrachtgevers en -nemers is ontstaan door de invoering van de nieuwe wet. Wiebes voerde de wet in om schijnzelfstandigheid tegen te gaan.

Bron: BNR